Conference 'Inclusieve geschiedenis en haar beperkingen. Geschiedtheoretische reflecties (KNHG Historicidagen in Groningen)'

Friday, 30 August, 2019 (All day)
Groningen, The Netherlands
Room 1315.036
Koninklijk Nederlands Historisch Genootschap (KNHG)

Working language: Dutch

Geschiedbeoefening heeft vanouds twee gezichten. Geschiedenis verbindt door een gemeenschappelijk verleden te creëren. Vaak wordt deze historische identiteit gegoten in de vorm van een tale of origin voor een specifieke groep, meestal een natie. Tegelijkertijd werkt de opbouw van zo’n homogene imagined community uitsluiting in de hand. De identiteit wordt vastgesteld ten opzichte van anderen. Geschiedschrijvers mogen graag wijzen op verschillen met de buren. Die horen er niet echt bij.

Die nationalistische erfenis van de 19e en de 20e eeuw heeft de geschiedschrijving een dubieuze reputatie opgeleverd. Eén van de pogingen om met die erfenis in het reine te komen is het schrijven van inclusieve geschiedenis. Aanzetten voor een inclusieve geschiedenis zijn vaak gezocht in het schrijven van verbindende geschiedenissen, historische narratieven waarin de wederzijdse afhankelijkheid van culturen en samenlevingen benadrukt wordt, waarin particularisme geen plaats kent en waarin gemarginaliseerde stemmen eindelijk gehoord worden. Dergelijke verhalen kunnen verbindend werken, maar de mogelijkheden tot verbinding zijn ook begrensd.

Die beperkingen zijn van temporele, culturele, politieke en morele aard. Zo bestendigen inclusieve geschiedenissen vaak een moderne geschiedopvatting die kan conflicteren met de geschiedopvattingen van de groepen die zij trachten te incorporeren. Ook bevestigen zij het zelfbeeld dat de professionele historicus – in tegenstelling tot populaire vormen van omgang met het verleden – wel in staat zou zijn het verleden op een adequate wijze te representeren. Tot slot zijn niet alle voorstellingen van het verleden voor iedereen aanvaardbaar. Er bestaan kwaadaardige geschiedenissen, die niet stroken met morele basiswaarden en epistemische deugden.

In deze sessie zullen de beperkingen en complicaties van het streven naar inclusieve geschiedenis aan de orde worden gesteld. In hoeverre is de vermeende universaliteit – en daarmee de inclusiviteit – van de geschiedwetenschappelijke aspiraties nog hard te maken? Wat voor geschiedfilosofie is er nodig om voorbij de grenzen van de geschiedwetenschap te denken? Is een transcultureel historisch verstaan mogelijk? Zo ja, wat zijn de grenzen en mogelijkheden hiervan?

ABSTRACTS

  • Prof. dr. Maria Grever (EUR, Voorzitter), Bestaat inclusieve geschiedenis wel? Inleiding

Het streven naar inclusiviteit in de geschiedbeoefening staat haaks op het formuleren van een canon die expliciet op uitsluiting berust. Historici staan daar vaak afwijzend tegenover vanuit democratische argumenten. Maar op epistemologische gronden is een inclusieve geschiedenis een illusie. Het opnemen van zoveel mogelijk stemmen in een historische narratio - in welke vorm dan ook  - is een onmogelijke en zelfs ongewenste opgave. Het verhaal wordt óf een kroniek óf volstrekt onleesbaar. Inclusiviteit wordt eerder bewerkstelligd door de presentatie van een bepaald narratief als een expliciet voorstel van betekenisgeving. Alleen zo wordt een dialoog over de tekst gestimuleerd waardoor andere stemmen en perspectieven zichtbaar worden.

  • Prof. dr. Ed Jonker (UU), De coördinaten van onze geschiedschrijving

Onze geschiedschrijving wordt niet alleen bepaald door de al genoemde coördinaten van plaats en tijd: moderniteit en Europa. Het intellectuele raamwerk is beperkter. Het is dat van de Europese Mutterkatastrophe, het falen van de Europese moderniteit in de 20e eeuw. De nexus van de beide Wereldoorlogen, de ideologieën van het interbellum, genocide en Koude Oorlog bepaalt in hoge mate ons huidige historische denken. Kernjaartallen als 1914, 1933 en 1989 zijn nog steeds ijkpunten in debatten over migratie, postkolonialisme, vredesoperaties, genocide, politiek asiel en menselijke waardigheid. Dat sluit veel geschiedenis in, maar het sluit ook veel historische ervaringen uit. En het trekt morele scheidslijnen. Deze bijdrage stelt de beperkingen en de houdbaarheid van het intellectuele raamwerk van de hedendaagse geschiedwetenschap aan de orde.

  • Dr. Pieter Huistra (UU), Hoe en waarom willen wij uitsluiten? Mechanismen van uitsluiting in de naoorlogse geschiedwetenschap

De ontwikkeling van de naoorlogse geschiedwetenschap laat zich vanuit één perspectief vertellen als een verhaal van toenemende inclusiviteit: steeds meer onderwerpen, steeds meer groepen wier geschiedenis werd beschreven. Vanuit een ander perspectief zien we een toename van uitsluitingsmechanismen in de vorm van kwaliteitscontroles. Tijdschriftredacties en funding bodies bijvoorbeeld geven met hun oordeel (wel/geen publicatie; wel/geen funding) aan wat geldt als (goede) geschiedenis en wat niet, wie meetelt als historicus en wie niet. Hoe hebben die kwaliteitscontroles zich in de naoorlogse geschiedwetenschap ontwikkeld? En hoe verhouden zich deze uitsluitingsmechanismes tot een verlangen naar inclusieve geschiedenis?

  • Dr. Robbert-Jan Adriaansen (EUR), De grenzen van geschiedenis. Historisch besef en transcultureel historisch verstaan

Historisch besef - ook wel historisch bewustzijn genoemd - is een mogelijkheidsvoorwaarde voor het historisch verstaan, en daarmee voor de geschiedwetenschap. Historisch besef is ook een modern begrip, dat intrinsiek gekoppeld is aan de Westerse ervaring van de moderniteit. Terecht hebben postkoloniale historici erop gewezen dat deze situatie de Europese historische ervaring en lineaire tijdsopvatting bevoordeelt, niet-Westerse volkeren benoemt tot 'people without history' en voormoderne geschiedenis reduceert tot prelude van de eigenlijke geschiedenis. Deze situatie impliceert dat transcultureel historisch verstaan enkel mogelijk is tussen culturen die dezelfde moderne geschiedopvattingen delen.

Tegelijkertijd zien we een toename van alternatieve geschiedopvattingen, geformuleerd vanuit conservatief, ecologisch, religieus of postkoloniaal oogpunt. Soms expliciet geformuleerd in reactie op, of als verwerping van, het moderne historisch besef en haar onderliggende epistemologische raamwerk. Kan geschiedenis dan nog wel een zinvolle rol spelen in het tot stand brengen van wederzijds begrip? In dit paper zal betoogd worden dat dit kan, maar dat dat enkel zinvol geconceptualiseerd kan worden wanneer het begrip historisch besef herijkt wordt op Hans-Georg Gadamer’s notie ‘wirkungsgeschichtliches Bewusstsein’. Hieruit volgt dat inclusieve geschiedenis niet gelijkstaat aan het schrijven van inclusieve geschiedverhalen, en dat transcultureel historisch verstaan enkel mogelijk is wanneer de beperkingen van de eigen geschiedopvatting in ogenschouw worden genomen. Dit theoretische argument zal met concrete voorbeelden toegelicht worden.